Geen probleem, drie maanden later…

In februari zit Ninke weer bij me aan tafel, met haar ouders. Vooraf heb ik mijn aantekeningen nog eens bekeken van het vorige gesprek in november. Ach, dat is waar ook, Ninke stelde zoveel vragen. Dat was voor mij een probleem. Hoe zit dat nu eigenlijk? Tot mijn eigen verbazing kan ik daar geen antwoord op geven. Ik besluit het haar maar zelf te vragen.

‘Ninke, hoe gaat het de laatste tijd met het stellen van vragen? Doe je dat nog steeds veel?’ ‘Nee hoor,’  antwoordt ze, ‘daar ben ik al mee gestopt.’ Ik denk even terug en kan me inderdaad niet herinneren dat ik haar nog veel bij me heb gehad. ‘Ben je daar meteen na ons gesprek mee gestopt?’ ‘Weet ik eigenlijk niet,’ vertelt ze me. Ninke en ik weten allebei niet meer wanneer het minder is geworden. Ik heb mijn aandacht eraf gehaald nadat ze me uitgelegd had dat het vragen stellen voor haar oké was en Ninke heeft gemerkt dat het voor mij dus geen probleem meer was. Waarschijnlijk heeft die ontspannenheid ervoor gezorgd dat het voor ons allebei geen item meer was. ‘Waarom stel je nu geen vragen meer?’ ‘Omdat ik nu alles weet wat ik moet weten, ik heb nu geen vragen meer.’ Soms is het zo simpel.

We pakken haar citoresultaten er even bij om te kijken hoe ze de toetsen gemaakt heeft. De lijnen van haar ontwikkeling gaan bijna recht omhoog op vier van de vijf vakken. Ze heeft een ontwikkeling van anderhalf schooljaar doorgemaakt in een half jaar tijd. We zijn er allemaal van onder de indruk en ik vraag Ninke of ze de toetsen gemakkelijk vond. ‘Ik vond het vooral leuk, leren is echt mijn ding. En ik wist ook alles, ik had geen vragen meer.’

Ninke bepaalt het tempo, niet haar ouders, niet de gestandaardiseerde toetsen en niet ik. Ninke bepaalt het gewoon zelf.

Ellen Emonds

Reacties zijn gesloten.